overplaatsen

(doorverwezen van heeft overgeplaatst)
Vertalingen

overplaatsen

move, transferremuer, déplacer, muter, transférer (ˈovərplatsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd plaatste over , voltooid deelwoord heeft overgeplaatst
(een werknemer) op een andere plaats laten werken dan eerder tijdelijk overgeplaatst worden naar Brussel