optrekken met

(doorverwezen van heeft opgetrokken met)
Vertalingen

optrekken met

(ˈɔptrɛkə(n) mɛt)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd trok op met , voltooid deelwoord heeft opgetrokken met
(met iemand) samen dingen doen, (met iemand) bevriend zijn Als kind trokken ze dagelijks met elkaar op.