opschonen

(doorverwezen van heeft opgeschoond)
Vertalingen

opschonen

(ˈɔpsxonə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd schoonde op , voltooid deelwoord heeft opgeschoond
ontdoen van wat er niet (meer) in of bij hoort een database met namen en contactgegevens opschonen