opendoen

(doorverwezen van heeft opengedaan)
Thesaurus

opendoen:

openmaken
Vertalingen

opendoen

aufmachen, öffnenopen, openupouvriraprirei, disserrare, esordire, lievitazione (ˈopə(n)dun)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd deed open , voltooid deelwoord heeft opengedaan
1. sluiten (iets dat gesloten is) openen een raam opendoen
2. de deur van het huis openen voor bezoek Er wordt gebeld, wil jij even opendoen?