zitten met

(doorverwezen van heeft gezeten met)
Vertalingen

zitten met

(ˈzɪtə(n) mɛt)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zat met , voltooid deelwoord heeft gezeten met
last hebben van of als probleem beleven Hij zat er erg mee dat hij zijn dochter niet op tijd kon ophalen.