strekken

(doorverwezen van heeft gestrekt)
Vertalingen

strekken

anspannen, aufziehen, ausbreiten, ausrecken, ausspannen, ausstrecken, erstrecken, spannen, straffen, streckenextend, strech, strechout, windup, stretchbander, étendre, raidir, remonter, serrer, tendreтянуться (ˈstrɛkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd strekte , voltooid deelwoord heeft gestrekt
(iets) zo ver mogelijk uitrekken in de lengte je rug strekken