stoten

(doorverwezen van heeft gestoten)
Vertalingen

stoten

dringen, rücken, stoßen, treibenthrust, push, shakepousser, (re)pousser, (se) cogner, bousculer, cahoter, faire un épaulé-jeté [haltérophilie], heurter (qc), jouer à la bande [billard], tressauter, donner (ˈstotə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stootte, stiet , voltooid deelwoord heeft gestoten
1. (iets) onbedoeld en hard tegen iets aan laten komen je been stoten tegen een stoelpoot
2. (iets) door een stoot (1) verplaatsen een vaasje uit de vensterbank stoten