steken

(doorverwezen van heeft gestoken)
Vertalingen

steken

stechen, legen, setzen, stacheln, stecken, stellen, stichelnstab, sting, enter, insert, laydown, pick, place, put, putdown, putin, bag, prypiquer, mettre, appliquer, introduire, poser, blesser, blesser (avec un objet pointu), enfoncer, être, être coincé (qp), se trouver, élancer, poignarderpungere, colpoيَلْدَغُštípnoutstikkeκεντρίζωpicarpistääubosti刺す쏘다stikkeużądlićpicarжалитьsvidaกัด ต่อยsokmakđốt (ˈstekə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stak , voltooid deelwoord heeft gestoken
1. (iemand) met iets scherps verwonden De man is in zijn rug gestoken met een mes. Ik ben door een wesp gestoken.
2. erg pijn doen een stekende wond
3. in genoemde toestand brengen een huis in brand steken je handen in je zakken steken bollen in de grond steken
samen overleggen
4. niet verder komen dan blijven steken in goede voornemens
5. het hoeft niet heel nauwkeurig Of je het vlees wat langer of korter laat sudderen, steekt niet zo nauw.