spannen

(doorverwezen van heeft gespannen)
Vertalingen

spannen

anspannen, aufziehen, ausspannen, spannen, straffen, vorspannenharness, strech, windup, tenseatteler, tendre, bander, raidir, remonter, serrer, accoupler, armer, coller, être (tout) juste노력努力insatsersforziindsatsجهود努力esforços努力προσπάθειεςусилияesfuerzosúsilíусилияהמאמצים (ˈspɑnə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd spande , voltooid deelwoord heeft gespannen
1. (van kleren) erg nauw zitten Je broek spant op je billen.
2. (iets) strak trekken een snaar spannen je spieren spannen
3. het is erg onzeker of iets net wel goed gaat of net niet