slapen

(doorverwezen van heeft geslapen)
Vertalingen

slapen

schlafensleep, beasleep, beddormir, reposer, coucher (avec qn), être engourdi, coucherκοιμάμαιdormirsoveспатьdormire, dormicchiare, sonnoيَنَامُspátsovenukkuaspavati眠る자다spaćdormirsovaนอนuyumakngủ睡觉שינה (ˈslapə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd sliep , voltooid deelwoord heeft geslapen
1. waken in slaap (2) zijn diep slapen slecht slapen
rijk worden zonder er veel voor te doen
2. je aandacht ergens niet bij hebben Zit niet te slapen. Opletten.
3. (van ledematen) raar tintelen als er even te weinig bloed doorheen stroomt Ik heb te lang met mijn benen over elkaar gezeten en nu slaapt mijn rechterbeen.