schieten

(doorverwezen van heeft geschoten)
Thesaurus

schieten:

vuren
Vertalingen

schieten

schießen, feuernshoot, fire, boottirer, s'abattre, faire du tir, foncer (sur), lâcher, pousser, s'élancer, shooter [sport], touchertirar, dispararsparareيُطْلِقُpostřelitskydeπυροβολώampuaupucati撃つ(...을...으로) 쏘다skytewystrzelićdispararстрелятьskjutaยิงateş etmekbắn射击射擊 (ˈsxitə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd schoot
1.
voltooid deelwoord heeft geschoten
een vuurwapen of boog gebruiken doodschieten schieten op alles wat beweegt
erg lelijk De moeder van de bruid droeg een jurk om op te schieten.
een grote hekel aan iemand hebben
2. sport
voltooid deelwoord heeft geschoten
(een bal) werpen, slaan of schoppen direct op het doel schieten
3.
voltooid deelwoord is geschoten
snel bewegen plotseling de weg over schieten
iemand (uit je leven) laten verdwijnen, zonder moeite te doen hem of haar tegen te houden
ik dacht er juist op tijd aan