schaden

(doorverwezen van heeft geschaad)
Vertalingen

schaden

beeinträchtigendamage, harmendommager, nuire, nuire (à), détériorer (ˈsxadə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd schaadde , voltooid deelwoord heeft geschaad
nadeel bezorgen of schade toebrengen (aan iemand of iets) Massatoerisme schaadt het milieu.