rusten

(doorverwezen van heeft gerust)
Thesaurus
Vertalingen

rusten

ruhen, sich ausruhenrepose, restse reposer, (se) reposer, avoir l'esprit tranquille, être posé, ne pas être utilisé, peser, reposer (sur), appuyersossegar (ˈrʏstə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd rustte , voltooid deelwoord heeft gerust
(van iemand) ontspannen door niets te doen of te slapen
vastberaden bezig blijven een doel te bereiken
<in een grafschrift>