rekenen

(doorverwezen van heeft gerekend)
Vertalingen

rekenen

rechnen, berechnen, erachten, erfordern, erheischen, fordern, kalkulieren, verlangen, zumuten, Arithmetik, meinencalculate, demand, figure, postulate, count, require, workout, believe, reckoncompter, calculer, demander, exiger, au nombre de), compter (parmi, compter (sur), considérer, demander (pour), estimer, tenir compte (de), penseratrever, opinarabbaco, cifra, figura, novero, calcolareсчитатьيَحْسُبُdomnívat seregne medλογαριάζωolla jotain mieltämisliti判断する간주하다synesprzypuścićcalcular, contagemräkna utคิดว่า พิจารณาว่า ถือว่าdüşünmeknghĩ là猜想, 计数計數 (ˈrekənə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd rekende , voltooid deelwoord heeft gerekend
1. volgens wiskundige regels met cijfers en getallen werken hoofdrekenen Toen ze vier was kon ze al een beetje rekenen.
2. als prijs vragen voor iets dat je verkoopt of levert Ik reken 55 euro per uur.
3. <stellige bevestiging>