reizen

(doorverwezen van heeft gereisd)
Thesaurus
Vertalingen

reizen

reisentravel, travelling, travelingvoyager, aller, se déplacer, voyageviajar, viagemسَفَر, يُسَافِرُcestování, cestovatdet at rejse, rejseταξιδεύω, ταξίδιviajar, viajematkailu, matkustaaputovanje, putovativiaggiare, viaggio旅行, 移動する여행, 여행하다reise, reisingpodróżować, podróżowanieпутешествие, путешествоватьresa, resandeเดินทาง, การเดินทางseyahat etme, seyahat etmekdu lịch, sự du lịch旅行旅行 (ˈrɛizə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd reisde , voltooid deelwoord heeft gereisd
(van iemand) je vrijwillig verplaatsen naar ergens anders dan waar je bent elke dag op en neer reizen tussen je werk en je huis