pakken

(doorverwezen van heeft gepakt)
Vertalingen

pakken

erwischen, fassen, einpacken, erbeuten, ergreifen, ertappen, fangen, nehmen, packen, verpacken, bekommencapture, catch, get, grapple, pack, package, clutch, layholdof, pickup, take, wrapup, bust, seizesaisir, attraper, capturer, prendre, attraper. saisir, emballer, faire ses valises, passionner, rouler, épingler, agrafer, Franse vertalingSpaanse vertaling, atraparimpaccareכתובתadresадресendereçoAdresaadresse地址διεύθυνση주소адресosoiteadress (ˈpɑkə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd pakte , voltooid deelwoord heeft gepakt
1. in handen nemen om te gaan gebruiken de schaar pakken
iets verwerven
met iemand in contact komen, vooral per telefoon
ernstig ziek zijn of hevig verliefd zijn
2. (bagage) klaarmaken voor een reis We gaan vanavond pakken en morgen vertrekken we heel vroeg.
3. benadelen De kleine inkomens worden gepakt door de nieuwe belastingwet.