maken

(doorverwezen van heeft gemaakt)
Vertalingen

maken

machen, schaffen, abfassen, anfertigen, erschaffen, fabrizieren, herstellen, hervorbringen, leiten, reparieren, tun, veranlassen, verfassen, verfertigen, zurücklegen, empfehlenmake, create, cause, develop, do, fabricate, manufacture, achieve, act, compose, fix, get, perform, repair, write, deteriorate, err, globe-trot, hinder, interfere, produce, smooth, smoothen, spotfabriquer, créer, faire, rendre, construire, réparer, composer, opérer, poser, refaire, remédier, écrire, entraîner des conséquences, restaurer, effectuer, équivaloir (à), faire (que), obtenir, élaborer, façonner, ménager, retirerhacer, construir, crear, fabricarbàttersela, confezionare, fabbricare, marchio, creare, fareيُبْدِعُ, يَصْنَع, يَصْنَعُtvořit, udělat, vyrobitlave, skabeδημιουργώ, κατασκευάζω, φτιάχνωluoda, tehdä, valmistaastvarati, stvoriti, učiniti・・・を作る, 作る, 創造する만들다, 창조하다, (…을) 하다lagerobić, stworzyć, zrobićcriar, fazerизготавливать, сделать, создаватьgöra, skapaทำ, ทำ สร้าง, สร้างyapmak, yaratmakchế tạo, tạo ra, 创造, 发表 ('makə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd maakte , voltooid deelwoord heeft gemaakt
1. (iets dat nog niet bestond) laten ontstaan een tekening maken winst maken veel lawaai maken
2. (iets dat kapot is) zorgen dat het weer heel is De klok is weer gemaakt.
3. veel succes hebben
het komt door je eigen gedrag (dat er iets vervelends gebeurt)
<begroeting>
dat is niet zoals het hoort, dat is onbeleefd
met iemand iets samen moeten doen of van iemand afhankelijk zijn We hadden met een erg onervaren onderhandelaar te maken.