leren

(doorverwezen van heeft geleerd)
Zoekopdrachten gerelateerd aan heeft geleerd: verleden tijd
Vertalingen

leren

(ˈlerə(n))
bijvoeglijk naamwoord
van leer gemaakt een leren tas

leren

lehren, lernen, unterrichten, belehren, instruieren, ledern, unterweisenlearn, leather, teach, gleanapprendre, enseigner, instruire, apprendre (qc à qn), de/en cuiraprendercuoio, apprendereيَتَعَلَّمُučit selæreμαθαίνωoppiaučiti学ぶ배우다lærenauczyć sięaprenderизучатьlära (sig)เรียนöğrenmekhọc学习學習 (ˈlerə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd leerde , voltooid deelwoord heeft geleerd
1. zorgen dat je iets kunt of weet leren lopen Nederlands leren leren hoe je moet autorijden
zo leren dat je het zonder hulpmiddel kunt vertellen
2. zorgen dat iemand anders iets kan of weet iemand leren schaatsen iemand leren hoe je moet zwemmen