krioelen

(doorverwezen van heeft gekrioeld)
Thesaurus
Vertalingen

krioelen

schwärmen, wimmelnswarm, aboundfourmiller, grouiller (kriˈjulə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd krioelde , voltooid deelwoord heeft gekrioeld
met velen allemaal door elkaar bewegen een krioelende menigte
er zijn heel veel... Het krioelt hier van de mieren. Dat rapport krioelt van de fouten.