koesteren

(doorverwezen van heeft gekoesterd)
Thesaurus

koesteren:

koestering
Vertalingen

koesteren

(ˈkustərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd koesterde , voltooid deelwoord heeft gekoesterd
1. (een emotie) bij jezelf voelen en laten voortduren een wens koesteren hoop koesteren
2. liefdevol verzorgen je antieke auto koesteren

koesteren

brüten, hätscheln, verhätscheln, verzärteln, verziehencoddle, incubate, pamper, pet, sitchoyer, couver, dorloter, caresser, (ré)chauffer, avoir, chérir, ressentir, concevoirstar seduto (ˈkustərə(n))
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd koesterde zich , voltooid deelwoord heeft zich gekoesterd
je warm laten worden je in het zonnetje koesteren