kakelen

(doorverwezen van heeft gekakeld)
Vertalingen

kakelen

glucken, gackernglousser, caqueter (ˈkakələ(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd kakelde , voltooid deelwoord heeft gekakeld
1. (van kippen) geluid maken Als ze zo kakelt, heeft ze een ei gelegd.
2. (van mensen) hard praten, vaak zonder veel kennis Wat zitten jullie te kakelen, wees eens wat rustiger. En maar kakelen over normen en waarden.