houden aan

(doorverwezen van heeft gehouden aan)
Vertalingen

houden aan

(ˈhɑudə(n) an)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hield aan , voltooid deelwoord heeft gehouden aan
doen of zorgen dat iemand doet zoals afgesproken je aan de verkeersregels houden iemand aan zijn belofte houden