hijsen

(doorverwezen van heeft gehesen)
Thesaurus

hijsen:

ophijsen
Vertalingen

hijsen

hissenhoist, hoistup, runup, windup, hefthisser (ˈhɛisə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hees , voltooid deelwoord heeft gehesen
1. omhoogtillen aan een touw of kabel een vlag hijsen het anker hijsen als je weg wilt varen
2. veel alcoholische drank drinken Ze zitten al de hele avond bier te hijsen.