hechten aan

(doorverwezen van heeft gehecht aan)
Vertalingen

hechten aan

achten, mögen, schätzen, wertschätzen, würdigenappreciate, likeaimer, apprécier, estimer (ˈhɛxtə(n) an)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hechtte aan , voltooid deelwoord heeft gehecht aan
1. toekennen aan (iets) Ik hecht waarde aan zijn oordeel.
(iets) belangrijk vinden
2. gesteld raken op (iets of iemand) Nu de verpleegster het kind zo intens verzorgt, begint ze zich aan hem te hechten. Ik heb er altijd aan gehecht verzorgd gekleed te zijn.
erg gesteld zijn op Wij zijn erg gehecht aan ons huis met terras.