brengen

(doorverwezen van heeft gebracht)
Vertalingen

brengen

bringen, anbringen, eintragen, führen, heranbringen, leiten, tragen, überbringenbring, carry, fetch, wear, conduct, guide, lead, makeapporter, conduire, aboutir, amener, porter, diriger, mener, accompagnier, apporter (qc), conduire [en voiture], mener (qn), mettre [au lit]abbigliare, portareيَجيء بِpřinéstbringeφέρνωtraertuodadonijeti持ってくる가져오다ta medprzynieśćtrazerприноситьhämtaนำมาgetirmekmang lại带来להביא (ˈbrɛŋə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bracht , voltooid deelwoord heeft gebracht
1. halen (naar een plaats) vervoeren iemand naar het station brengen
2. zorgen dat iemand in een bepaalde situatie komt in gevaar brengen