binden

(doorverwezen van heeft gebonden)
Vertalingen

binden

binden, einbinden, verbinden, verdichtenbind, connect, join, tie, tieupattacher, nouer, relier, serrer, lier, relier [livres]ligarlegamento, legarebindeผูก (ˈbɪndə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bond , voltooid deelwoord heeft gebonden
1. erom heen doen en vastmaken een touw om een paal binden
2. (vloeistof) dikker maken gebonden sauzen en soepen
3. beperkt zijn in je vrijheid door aan huis gebonden zijn door kleine kinderen aan een contract gebonden zijn