blazen

(doorverwezen van heeft geblazen)
Thesaurus

blazen:

hijgenpuffen, fluiten, pijpen,
Vertalingen

blazen

blasen, wehen, pustenblow, windsouffler, grogner, jouer [d'un instrument], soufflesopro, soprarيَنْفُخُ, يَهُبُfoukatblæse, pusteφυσάω, φυσώsoplarpuhaltaapuhatisoffiare・・・に息を吐く, 吹く불다blåsedmuchać, dmuchnąćдутьblåsaเป่า, พัดesmek, üflemekthổi, 风吹 (ˈblazə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd blies , voltooid deelwoord heeft geblazen
met getuite lippen krachtig lucht uit je mond laten gaan in je kopje blazen omdat je thee te heet is om te drinken