bibberen

(doorverwezen van heeft gebibberd)
Thesaurus
Vertalingen

bibberen

beben, frösteln, gruseln, zittern, zuckenquiver, shiver, tremblefrémir, frissonner, grelotter, trembleraver dei brividi (ˈbɪbərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd bibberde , voltooid deelwoord heeft gebibberd
beven bibberen van de kou bibberen van angst