evacueren

(doorverwezen van heeft geëvacueerd)
Thesaurus

evacueren:

leegruimenontruimen,
Vertalingen

evacueren

evacuateévacuerlasciare, rimuovere, vuotare, evacuareيُخْلِيevakuovatevakuereevakuierenεκκενώνωevacuarevakuoidaevakuirati避難させる피난시키다evakuereewakuowaćevacuarэвакуироватьevakueraอพยพboşaltmaksơ tán疏散 (evakyˈwerə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd evacueerde
1.
voltooid deelwoord heeft geëvacueerd
(mensen die in een bepaald gebied in gevaar zijn tijdelijk) naar een veiliger plaats brengen Vanwege de dreigende bosbrand heeft de brandweer het hele dorp geëvacueerd.
2.
voltooid deelwoord is geëvacueerd
(tijdelijk) weggaan uit een gebied omdat het er gevaarlijk is Een deel van de bemanning is geëvacueerd.