bijwonen

(doorverwezen van heeft bijgewoond)
Vertalingen

bijwonen

attend, bepresent, witnessassister, assister à, être présent, suivreيَحْضُرُzúčastnit sedeltage ibeiwohnenπαρευρίσκομαιasistirolla läsnäprisustvovatipartecipare出席する출석하다deltauczestniczyć w (czymś)comparecerпосещатьnärvaraเข้าร่วมkatılmaktham dự出席להשתתף (ˈbɛiwonə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd woonde bij , voltooid deelwoord heeft bijgewoond
aanwezig zijn bij een theatervoorstelling bijwonen