afdoen aan

(doorverwezen van heeft afgedaan aan)
Vertalingen

afdoen aan

(ˈɑvdun an)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd deed af aan , voltooid deelwoord heeft afgedaan aan
niet verslechteren of verminderen De bruine vlekjes op de bonen doen niets af aan de smaak.