| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 3.895.653.761 Bezoekers. |
hart |
0,01 sec. |
|
|
hart zn onz hart (-en mv) [hɑrt]
1 lichaamsdeel in je borstkas dat essentieel is om te leven van angst je hart in je keel voelen kloppen 2 wat je denkt of voelt;= innerlijk 3 binnenste (van iets);= kern;= centrum in hartje Amsterdam wonen met bloedend hart met veel moeite of verdriet met bloedend hart afscheid nemen iemand iets op het hart drukken iets nadrukkelijk tegen iemand zeggen Ze drukte me op het hart voorzichtig te zijn. een hart van goud hebben voor iedereen een goed mens zijn in hart en nieren iets zijn iets met veel liefde doen Hij is musicus in hart en nieren. je hart luchten tegen iemand zeggen waar je veel aan denkt hart hebben voor (iets) uit interesse veel doen voor (iets);= begaan zijn met (iets) mensen die hart hebben voor de wijk iemand een hart onder de riem steken iemand moed geven (iets) ter harte nemen handelen naar (iets);= opvolgen een advies ter harte nemen Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken |
|---|