hapje

Thesaurus
Vertalingen

hapje

casse-croûte, bouchée, morceau, goûter, morsureعَضَّةkousnutíbidBissδάγκωμαbitemordiscopuraisugrizmorsoかむこと한 입 베어 물기bittukąszeniedentada, mordidaукусbettรอยกัดısırmamiếng cắn一口 (ˈhɑpjə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
klein gerecht een hapje gaan eten in de stad borrelhapje