hanger

Thesaurus

hanger:

klerenhangerknaapje,
Vertalingen

hanger

ear‐drop, earring, pendantpatère, pendentif, cintre, pendant (d'oreille), pendantpenduricalho, berloque, pingenteقِلادَةٌpřívěsekhængesmykkeAnhängerπαντατίφcolganteriipusprivjesakciondoloペンダント펜던트anhengbrelokподвескаhängsmyckeจี้ห้อยคอpandantifmặt dây chuyền垂饰 (ˈhɑŋər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
ketting een gouden hanger met een edelsteen