handschoen

Thesaurus

handschoen:

wantomdat,
Vertalingen

handschoen

Handschuhglove, mittengantγάντιguantoقُفَّازrukavicehandskeguantekäsinerukavica手袋장갑hanskerękawiczkaluvaперчаткаhandskeถุงมือeldivengăng tay手套手套Ръкавица (ˈhɑntsxun)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
omhulsel van stof of leer voor je hand zijden handschoenen dragen bij een avondjurk handschoenen aandoen omdat het buiten koud is bokshandschoenen