| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.724.818.932 Bezoekers. |
|
hand |
0,01 sec. |
|
hand zn hand (-en mv) [hɑnt] uiteinde van je arm
door een ongeluk twee vingers van je rechterhand missen Wat is er aan de hand? wat gebeurt hier, wat is de reden (van het genoemde) Waarom staan jullie daar zo bij elkaar? Wat is er aan de hand? hand over hand toenemen steeds meer toenemen Het vandalisme neemt hier hand over hand toe. je hand ophouden geld vragen;= bedelen als je aan het einde van de maand blut bent, je hand ophouden bij je ouders je handen vol hebben aan het heel druk hebben met (iets of iemand)met de handen in het haar zitten niet meer weten hoe je een probleem moet oplossen De winkelier zit met de handen in het haar, omdat al zijn personeel griep heeft. achter de hand hebben (iets) in reserve hebben geld achter de hand hebben voor onverwachte kosten in de hand werken (iets) veroorzaken of bevorderenop handen dragen (iemand) erg waarderen op handen gedragen worden door je personeel uit de hand lopen verkeerd gaan en er niets aan kunnen doen De demonstratie liep volledig uit de hand toen de demonstranten de politie bekogelden. van de hand wijzen niet accepteren een voorstel van de hand wijzen voor de hand liggen vanzelfsprekend zijn Het ligt voor de hand dat ik mijn zieke vriend verzorg. Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|