hallo

Thesaurus

hallo:

hoi
Vertalingen

hallo

he, heda, hollahello, hey, say, hiallôholaehHejoláمرحباสวัสดีAhojприветHej (ˈhɑlo)
tussenwerpsel
1. <dat zeg je als je iemand groet of iemands aandacht wilt trekken> Hallo, hoe is het ermee? Hallo, jij daar, kun je me zeggen waar het postkantoor is? Hallo, hoort u mij?
2. <dat zeg je als je verbaasd bent> Hallo, wat is hier aan de hand?