half

Vertalingen

half

halbhalfdemi, à moitié, à demi, mi-, semi-μισός, κατά το ήμισυmezzo, quasiنِصْفِيّ, نِصْفِيًّاnapůl, polovičníhalv, halvtmediopuoli, puoliksinapola, polovičan半分だけ, 半分の반, 반쯤halv, halvtna pół, połówkowymeioнаполовину, половинныйhalv, halvtครึ่ง, ครึ่งหนึ่งyarı yarıya, yarımmột nửa, tới một nửa一半, 一半的חצי一半 (hɑlf)
bijvoeglijk naamwoord
1. als iets de helft van iets is De kerk is hier vandaan een half uur lopen. Deze artikelen kosten de halve prijs. Bakker, een half bruin, graag.
2. niet volledig Ik geloof hem maar half.
niet fit zijn
iets niet openlijk en volledig zeggen