hagel

Thesaurus

hagel:

hagelsteen
Vertalingen

hagel

Hagel, Schrothail, shotgrêlegranizoград, дробьبَرَدkroupyhaglχαλάζιrakeettučagrandine우박haglgradgranizohagelลูกเห็บdolumưa đá冰雹冰雹градушка (ˈhaxəl)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud
1. stukjes ijs die uit de lucht vallen Er kan vanavond aan de kust hagel vallen. hagelstenen
2. korreltjes van lood voor een geweer We eten wilde haas, dus er kan nog hagel in zitten.