uithalen naar

(doorverwezen van haalde uit naar)
Vertalingen

uithalen naar

(ˈœythalə(n) nar)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd haalde uit naar , voltooid deelwoord heeft uitgehaald naar
1. plotseling een arm strekken om iemand te slaan De bokser haalde uit met een linkse directe.
2. scherpe kritiek uiten op iemand scherp uithalen naar de wethouder