halen

(doorverwezen van haalde)
Vertalingen

halen

holen, entbieten, kommen lassen, treffen, erwischen, bringenget, catch, fetch, hit, pickup, runacross, sendfor, strikeatteindre, frapper, parvenir, saisir, hente, aller/venir chercher, arriver (à), gagner, hisser, obtenir, prendre, haler, aller chercher, rapportergolpear, conseguir, ir a buscar, ir porيَجْلِبُ, يُحْضِرُdojítfå, henteπαίρνω, προσκομίζωhakea, noutaadonijeti, otići poandare a prendere, prendere取って来る, 行って連れて来る...을 가서 가지고 오다, 가서 가져오다henteprzynieśćbuscar, ir buscar, pegarзабрать, приноситьhämtaไปเอามา, นำมา ไปเอามาalmak, yakalamaklấy去拿, 取来 (ˈhalə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd haalde , voltooid deelwoord heeft gehaald
1. naar de plaats waar je bent brengen Mijn tas ligt boven, ik haal hem even.
je uiterste best doen voor het beste resultaat In de finale moet je eruit halen wat erin zit.
2. op tijd zijn op tijd zijn om mee te kunnen gaan (met de trein, bus of boot) We hebben nog maar vijf minuten, dus die trein halen we nooit.
3. erin slagen te bereiken of te krijgen je rijbewijs halen de finish halen
4. veel minder goed zijn dan (iets of iemand) Het hoofdgerecht is niet zo lekker, het haalt het niet bij het voorgerecht.
5. (van een doodzieke) niet doodgaan Het was een risicovolle operatie, maar hij heeft het net gehaald.