haal


Zoekopdrachten gerelateerd aan haal: hal
Thesaurus

haal:

kraspennekras, trek, ruk,
Vertalingen

haal

Strich, Ziehung, Zugstreak, strokeraie, rayure, coup, prolongement, traitobtenerobterzískat가져오기 (hal)
zelfstandig naamwoord meervoud halen
1. keer dat je trekt een haal aan je sigaret Vanaf de eerste haal deden de roeiers vreselijk hun best.
2. (iets of iemand) meenemen en weggaan Mijn beste vriendin ging met mijn vriend aan de haal. met andermans ontwerp aan de haal gaan