| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.722.743.221 Bezoekers. |
|
grond |
0,01 sec. |
|
grond zn m grond (-en mv) [xrɔnt]
1 oppervlakte van de aarde of vloer van een ruimte De gevangenen moesten op de grond gaan liggen. 2 bovenste laag van het aardoppervlak;= aarde Door de vruchtbare grond kun je hier goed groenten kweken. 3 reden;= argument op goede gronden iets kiezen te gronde gaan verloren gaan met de grond gelijkmaken (iets) helemaal afbreken met de grond gelijkmaken scherpe kritiek leveren op (iemand) de grond in boren ernstige kritiek leveren op (iets of iemand) van de grond komen ontstaan, vorm krijgen Dat onderzoek komt maar niet van de grond. uit de grond stampen in korte tijd maken of doen ontstaan projecten uit de grond stampen begane grond verdieping van een gebouw op het niveau van de straat op grond van wegens;= vanwege Het bedrijf nam hem in dienst op grond van zijn specialisme. Thesaurus grond: onderbouwing, vloer Vertalingen grond تربة, سَطح الأرض grond půda, země grond jord grond maa, maaperä grond tlo, zemlja grond 土, 地面 grond 땅, 흙 grond jord, mark grond ดิน, พื้นดิน grond đất, mặt đất Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|