grond

Thesaurus

grond:

onderbouwingvloer,
Vertalingen

grond

Boden, Erde, Base, Basis, Erdboden, Grund, Grundlage, Land, Terrainground, soil, basis, bottom, earth, land, base, foundation, earthysol, terre, fond, terrain, assise, base, raison, campagnechão, solosuolo, massa, terrenoأَرْض, تُرْبَةٌpůda, zemějordέδαφος, χώμαterreno, tierramaa, maaperätlo, zemlja土, 地面땅, 흙bakke, jordgleba, gruntземля, почваjord, markดิน, พื้นดินtoprak, yerđất, mặt đất土壤, 地面 (xrɔnt)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. oppervlakte van de aarde of vloer van een ruimte De gevangenen moesten op de grond gaan liggen.
verloren gaan
(iets) helemaal afbreken
scherpe kritiek leveren op (iemand)
ernstige kritiek leveren op (iets of iemand)
ontstaan, vorm krijgen Dat onderzoek komt maar niet van de grond.
in korte tijd maken of doen ontstaan projecten uit de grond stampen
verdieping van een gebouw op het niveau van de straat
2. bovenste laag van het aardoppervlak Door de vruchtbare grond kun je hier goed groenten kweken.
3. reden op goede gronden iets kiezen
wegens Het bedrijf nam hem in dienst op grond van zijn specialisme.