groep

Thesaurus

groep:

menigte
Vertalingen

groep

Gruppe, Ar, Parteigroup, bevy, collection, heap, herd, set, circle, partygroupe, bande, ensemble, groupement, collection, troupe, clan, classe, collectif, équipe, constellation, brigade, brochette, caravaneгруппаgruppo, partitoجَماعَة, حِزبٌparta, skupinagruppe, selskabκόμμα, ομάδαgrupopoliittinen puolue, ryhmägrupa, skupinaグループ, 一行단체, 집단gruppe, lagdrużyna, grupagrupogruppกลุ่ม, คณะgrup, partiđảng, nhómГрупа (xrup)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. aantal personen of dingen bij elkaar Er loopt een groep schoolkinderen op strand.
(iets) met anderen willen bespreken Heb je een probleem? Gooi het maar in de groep.
2. klas van de lagere school Mijn dochter zit in groep 3.