groen

Thesaurus

groen:

groenkleurig
Vertalingen

groen

grün, unerfahrengreen, inexperienced, lushvert, pistache, bleuπράσινος, άπειροςverdeзелёный, зеленый, неопытныйverde, novizio, inespertoأَخْضَر, قَلِيلُ الـخِبْرَةnezkušený, zelenýgrønkokematon, vihreäneiskusan, zelen未熟な, 緑色の녹색의, 미숙한grønnzielonyverde, novatogrön, oerfarenคนอ่อนหัด, สีเขียวacemi, yeşilthiếu kinh nghiệm, xanh lá cây无经验的, 绿色的 (xrun)
bijvoeglijk naamwoord
1. met de kleur van gras Het stoplicht is groen, we kunnen doorrijden.
officiële spellinggids voor het Nederlands
gebied in het westen van Nederland tussen de grote steden, waar nog weiland en polders zijn
zich heel erg ergeren
toestemming krijgen Ik kreeg het groene licht om mijn plan uit te voeren.
(van iemand) onervaren en naïef
2. milieuvriendelijk een groene partij Groene vliegtuigen zijn nog ver weg.
stroom die op een milieuvriendelijke manier wordt opgewekt