| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.725.121.467 Bezoekers. |
|
groeien |
0,03 sec. |
|
groeien ww groeien (groeide enk ovt; is gegroeid volt deelw) [ˈxrujə(n)]
1 groter worden of toenemen Ik ben dit jaar vijf centimeter gegroeid. Ons bedrijf is gegroeid, waardoor we meer personeel nodig hebben. 2 (van gewassen) uit de grond komen;= opkomen Er groeit onkruid in de tuin. 3 zich geestelijk ontwikkelen Het groeit me boven het hoofd. ik kan het niet meer overzien uit elkaar groeien steeds minder bij elkaar passen over (iets) heen groeien (iets) verwerken Ik ben over het verlies van mijn vader heen gegroeid. Vertalingen groeien anwachsen, gedeihen, vegetieren, wachsen, aufwachsen groeien accroître, augmenter, croître, grandir, grossir, redoubler, s'accoître, s'accroître, végéter, pousser, venir groeien ينَمو groeien vyrůst groeien vokse groeien μεγαλώνω groeien crecer groeien kasvaa groeien postajati groeien crescere groeien 成長する groeien 성장하다 groeien vokse groeien urosnąć groeien crescer groeien расти groeien växa groeien เติบโต งอกงาม groeien büyümek groeien lớn lên groeien 生长 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|