gril

Thesaurus

gril:

nuk
Vertalingen

gril

Eigensinn, Kaprize, Launecaprice, whimcaprice, humeurcapriccio (xrɪl)
zelfstandig naamwoord meervoud -len
plotselinge stemming of gedachte die snel weer verdwijnt Hij had genoeg van haar vreemde grillen en verbrak de relatie.