grens

Thesaurus

grens:

landgrensgrenzeloos, grenswaarde, rijksgrens, limiet, uiterste, landsgrens,
Vertalingen

grens

Grenze, Schrankeboundary, frontier, limit, border, bound, edge, linefrontière, limite, barre, barrièrefrontiera, termine, confine, limiteحاشِيَة, حَدّhranicegrænseόριο, σύνοροfrontera, límiterajagranica境界경계grensegranicafronteira, limiteграницаgräns, gränslinjeเขตแดน, ขอบเขตsınırbiên giới, ranh giới边界граница (xrɛns)
zelfstandig naamwoord meervoud grenzen
denkbeeldige lijn die twee gebieden scheidt Vanuit Nederland de grens overgaan naar Duitsland. Dat land heeft zijn grenzen gesloten voor alle buitenlanders.
grens tussen gebieden met een verschillende taal
verder komen dan nu het geval is grenzen verleggen door wetenschappelijk onderzoek Ik wil mijn grenzen verleggen en ga daarom een cursus doen.