gooien

Thesaurus
Vertalingen

gooien

werfen, schleudernthrow, toss, cast, launch, pitchlancer, jeter, projeter, envoyerбросать, пуститьيَرْمي, يَرْمِيházet, hoditkasteεξακοντίζω, ρίχνωlanzarheittääbacati, snažno gađatilanciare投げる(...을) 던지다kasterzucić, umieścićarremessarkastaโยน, ขว้างatmak, fırlatmakném, хвърлям (ˈxojə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd gooide , voltooid deelwoord heeft gegooid
(iets) met je arm en hand krachtig van je af laten bewegen een bal naar iemand gooien de deur dicht gooien
heftig alles zeggen wat je wilt
iemand uit je huis zetten of uit zijn baan ontslaan