goedvinden

Vertalingen

goedvinden

beipflichten, beistimmen, Einigkeit, Eintracht, einwilligen, zustimmen, zuwilligenconsent, permission, accede, agree, agreementadmettre, consentir, donner son accord, être d'accord, approuverlicenza, nullaosta (ˈxutfɪndə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vond goed , voltooid deelwoord heeft goedgevonden
instemmen met Mijn ouders vinden het goed dat ik dat bijbaantje neem.